Jodokus en zijn dames

Eindelijk weer wat rust in de kattentent, en tijd voor een stukje.

Het was een indrukwekkend gezicht om de loeizware stalen bouwkeet die onze uitbreiding zou worden,  stukje voor stukje, behoedzaam en uiterst voorzichtig, over het dak van het Essenthuisje naast Dintelkat te zien neerdalen in onze achtertuin.

Alles is vastgelegd met het fototoestel, de resultaten daarvan kunt u zien in de fotogalerij.

 

Bij de ramp te Alphen drong het nog eens tot ons door hoe gevaarlijk deze operatie was, en hoe het kwam dat onze achterbuurman gespannen iedere centimeter die het gevaarte verschoof, nauwlettend controleerde. We moesten snel opzij, zodat er geen slachtoffers zouden vallen, mocht er iets misgaan. Dat gebeurde niet, bij zoveel vakmanschap en een team dat hecht op elkaar was ingespeeld.

 

GertJan, bruggenbouwer in hart en nieren zag het gebeuren op tv, en na wat krachttermen zei hij: ‘Van het water af hijsen deden wij ook heel vaak, en dat is gelukkig nooit mis gegaan.'

Ik heb geen verstand van bruggen, maar wel van katten. Het gebeuren vind ik verschrikkelijk. Je zult diegene maar zijn die bovenop die hoogwerker zat om dat brugdeel te plaatsen, en er gebeurt zo iets.

Ik moest weer denken aan onze kleine Droppie, die tijdens het keetplaats gebeuren bij de Dierenarts in de kliniek lag. Vlak voor dat de keet aan kwam ging de telefoon, en toen ik zag dat de dierenarts belde ging ik bijna onderuit.

Als de dierenarts belt vóór de geplande tijd is het altijd mis. En dat was het!

‘Ga je maar flink bezighouden met de uitbreiding, want met Droppie gaat het niet goed, ze haalt het niet, omdat ze elke vorm van eten en drinken weigert.’

Drop had toen al 6 dagen gevast, als gevolg van de acute alvleesklier ontsteking die haar doodziek maakte. Alle voer uitgeprobeerd, gedwangvoederd, maar Drop draaide beslist haar koppie af en weigerde om het eten door te slikken.

Na een slapeloze piekernacht mochten we ons Droppie halen, en ze spinde toen ze op het grote bed kwam en kroop tegen me aan. Maar, ze at niet, en op 4 mei hebben we haar de rust gegeven die ze zo nodig had. Een –letterlijk- zwarte vlek op de mooie uitbreiding. Ook Shye gaf het op omdat haar nieren niet meer werkten na lang ziek zijn. Ook dit slimme lieve poesje mochten we niet langer meer laten lijden. Zij heeft, na de enstige nierinsulfiëntie en een lang verblijf in de dierenkliniek nog anderhalf jaar geleefd met medicatie, en soms was het heel goed, maar vaker voelde ze zich ziek.

De vlaggen hingen overal, ook bij ons,  halfstok die dag. We huilden om onze twee eigen donstroetels, zachtaardig en lief, die nooit iets fout hebben gedaan, maar enkel liefde schonken.

 

Je denkt op zulke momenten aan iedereen die er niet meer is, waar je niet meer even heen kunt bellen om je verdriet uit te brullen. Aan oorlogen en het leed dat mensen elkaar aandoen. Vaak willens en wetens.

 

Dieren zullen nooit krenken pesten of uitlachen, ze zijn afhankelijk van ons mensen, en waren als eerste op deze aarde. Zij zouden eigenlijk de eerste rechten verdienen.

Dan was er vast minder oorlog in de wereld, al kunnen ze onder elkaar onbarmhartig en hard zijn. Zieke dieren worden uitgestoten, en voordat de onderlinge rangorde is bepaald vallen er vaak slachtoffers. Maar ze vechten met open vizier, kennen geen gemene streken maar halen uit als iedereen het kan zien.

  Old-school style tattoo heart with flowers, Valentine illustrati

 

En toch…

Hoe groot je verdriet soms ook is, er is altijd een lichtpuntje, en deze keer was dat lichtpuntje ons haantje Jodokus en zijn drie hennen.

Dagen tevoren waren Piet en GertJan bezig geweest om de tuin te egaliseren, gekregen zand van onze duivenburen in het gat te gooien, en af te maken met rijen (ook gekregen buur-) tegels zodat de keet stevig kon staan.

De haan en zijn kippen hadden we al losgelaten, die scharrelden door de tuin en hadden een eet- en legplek gevonden in het grote hok dat is blijven staan.

De volgende dag was het weer druk, de mannen liepen af en aan, waarbij de poortdeur open bleef.

Meneer Jodokus de haan stapte bedachtzaam door de poort de dijk op, met zijn hennen achter zich aan.

‘Die zien we nooit meer terug’ zei ik, en de mannen dachten dat ik gelijk had.

 

Tot we op het hoekje tegenover de poort gingen staan.

Jodokus was voor een huis blijven staan vóór zijn kippen, ca. 20 meter verder op de dijk. Tegen de muur aan, keek hij om.

Hij draaide wat, en schrok van een passerende auto, rende naar ons toe, door de poort rechtstreeks naar het veilige hok, waar sla en graan lag. De kippen achter hem aan, en na hevig gekakel kropen ze op stok en sliepen.

 

Nu scharrelen ze door de tuin, om de keet heen, dwars door de bloemen en poepen overal waar ze dat kwijt willen. Jodokus zoekt wormen en voert die aan zijn dames, en elke morgen bij zonsondergang heeft hij hele gesprekken met de buurthanen. In de vrije natuur van onze rommeltuin, slapen ze in de bomen en hebben nog nooit zo goed eitjes gelegd.

Dankbaarheid in de puurste vorm!

Dat kunnen alleen dieren tonen.