Herinneringen en motivatie

Algemene kattenzaken

office worker businessman cat with suitcase or bag isolated on white

  • Bij dit dintelstaartje treft u de begroting 2017/2018 aan.  Hij is zoals ieder jaar weer goedgekeurd na wat vragen van Peter Houweling, ons mede bestuurslid. Altijd op de achtergrond aanwezig om ons met raad en vooral daad, bij te staan. Heel erg hartelijk bedankt Peter voor alle werk en energie die je in Dintelkat steekt!
  • Februari begon rommelig omdat mijn trouwe laptop ermee stopte. Een vriend van Dintelkat die altijd onze pc’s nakijkt maakte een andere in orde, en kon ik weer snel verder.  Wat een paniek evengoed, ons hele leven staat in dat platte ding, maar gelukkig heeft GertJan er ook eentje, waar de belangrijkste dingen in stonden. Mocht u dus vreemde cijfers of tekens tussen de tekst zien, ik moet nog wennen.
  • In een rustige februari beginperiode zijn we naar de egelopvang geweest te Roosendaal, en hadden een heel gezellige leerzame en  warme middag. Langer dan twee uur kunnen we eigenlijk niet wegblijven, omdat er twee patiëntjes waren die extra zorg nodig hadden. We kwamen veel herkenning tegen: zij over het feit dat mensen ‘alles’ schijnen te weten over egels, en wij omdat mensen ‘alles’ schijnen te weten van oude katten. We waren diep onder de indruk van de egel verblijven, die op een warmte herstelden, toegedekt met een dekentje. Voer onder en handbereik en alles wordt bijgehouden, van gewicht tot temperatuur. Specialistisch werk, dat speciale verzorging vereist. De egels verblijven in twee huisjes buiten, het zag er allemaal prachtig uit. In huis was ook nog plek bij deze hartelijke en gastvrije mensen voor wat zwerfkatten, die daar een gouden mandje kregen.
  • Wat doen ze veel en goed werk daar in Roosendaal, en ook zij werken door op alle dagen, inclusief zon- en feestdagen, net zoals wij.
Lief zoekt gewonde egel illustratie

De katten:

  • Met de katten gaat het goed!
  • Hieronder kunt u in het herdenkhoekje meer lezen over Sita en Timmie, die het niet gehaald hebben.

 

Nieuwkomers:

  • De twee nieuwkomers Molly en Noussie zijn inmiddels helemaal thuis.
  • Ze moesten weg omdat hun vroegere eigenares plotseling overleed, en de familie ontredderd achterliet.  Noussie en Molly kropen niet bij elkaar in het grote opvanghok. Ze aten direct, en konden de volgenden dag al los. Gezellige huiskatten die zich niets aantrekken van dominantjes of opdringerige buurtbewoners, ze gaan kalm hun eigen gangetje, zijn graag even buiten, maar durven nog niet naar boven.
  • Een week later kon daarom Elvis komen.  Zijn eigenaren hebben er heel lang over nagedacht of ze Elvis af zouden staan. Dat besluit moesten ze zelf nemen. Elvis laat zelf zien dat hij tevreden is hier. Na zijn 1e grom- en blaaspartij waarbij hij met vier pootjes tegelijk tegen het hokgaas sprong, kalmeerde hij langzaam. Elvis heeft een neurologisch probleem. Hij kruist zijn voorpootjes en kijkt met één oog als het ware door een kokertje. Met zijn schildklierprobleem is Elvis een zorgenkater, die het liefst zijn eigen gangetje gaat. Het heeft vier dagen geduurd voordat hij wilde eten, en we hebben de Felimazole er eindelijk in kregen met een stukje verse rosbief. Hij heeft zijn ritme te pakken. Loopt op zijn gemakje door het huis, gaat in het eigen hok een hapje eten en vertrekt weer, liefst naar buiten. Een aanhankelijke en lieve kat, maar door zijn probleem houden we ook hem extra goed in de gaten.
Van boven naar beneden: Noussie, Elvis, Elvis, Elvis en Noussie, 
en Molly die nooit op de foto wil
Elvis
  • U ziet het, weinig nieuws om ‘leuk’ over te schrijven, al moeten we zelf vaak erg lachen om de dolle buien van Beetje en Hirby. Froodo jent graag, bij de voerbeurten waarbij ze altijd onder een stoel gaat zitten. De kat die zijn eigen bakje ontvangt krijgt een mep, met een angstaanjagende gil van Froodo. De katten zijn er inmiddels aan gewend en nemen Froodo zoals ze is: Een wild rovertje, dat wegschiet als Grimmel even voor haar gaat staan.

Cat headphones. Isolated on white.

Herinneringen.

 

Door alle drukte heen kwam er een verslaggeefster van de Dorpskrant. Dat was een feestje! Hartelijk, echt geïnteresseerd in ons werk, en gezellig, zodat we alle drie ontspannen vertelden. Heerlijk, we hebben ervan genoten. Ze vroeg natuurlijk waar die kattenliefde vandaan komt.

GertJan is door mij ongeneeslijk besmet, die raakt de kattengekte ook nooit meer kwijt.

Hoewel ik het ermee eens ben dat een mens niet moet blijven steken in dingen die definitief voorbij zijn omdat we in het nu verder moeten, ben ik toch na gaan denken over mijn kattengekte. Ik kom uit een één ouder gezin, waarbij mijn moeder hard moest werken om voor ons kinderen, te zorgen. Dat oma achter ons woonde was een voordeel, omdat we altijd bij haar terecht konden. Er waren voor zo ver ik me kan herinneren katten om me heen. Op straat, de buurtkat Smakkie, die bij een buurman karbonaadjes uit een keukenkast had gestolen. Wat er met die kat gebeurde wilt u niet weten.

De eerste herinnering is een kitten dat ik van de straat raapte en mee naar oma nam. In die tijd bestond er geen pensioen, en opa was al vroeg overleden, en te kort bij zijn baas om al pensioen te sparen.

Oma had dus geen inkomen en moest werken voor de kost. Ze ‘hield’ kostgangers, die betaalden voor een bed en eten, nu zou het een B&B zijn, waar wij kinderen, hard mee werkten. Wat een feest toen er een paar jaar later AOW kwam. Toen konden de kostgangers de deur uit.

Toen het de afgelopen periode zo koud was, dacht ik terug aan de tijden van ijsbloemen op de ramen, want in slaapkamers was geen verwarming. Er ging vaak een po mee naar bed,  omdat een toilet boven alleen voor rijke mensen bestond. En ik lachte altijd hardop als ik de po om kon keren en er door het vriezen geen spetters naar beneden kwamen.

Het kitten ging mee naar bed, we waren één geheel. Tot ik op een dag uit school kwam en Pipi onvindbaar was. Ik heb weken geroepen en alles afgezocht, en huilde mezelf in slaap. Mijn moeder die er van wist dat oma Pipi mee had gegeven aan de schillenboer had medelijden, en kwam met een kitten thuis. Pluisje was als de zon wind en regen, ze speelde, sliep spinde en  klom in de gordijnen. Vloog naar buiten en was weer binnen.  Toen Pluisje krols werd was ze niet meer te houden en rende de grote weg op. Ze werd aangereden. Buurtkinderen kwamen me roepen, en ik zag Pluis in de goot, met een raar verwrongen achterlijf en een bloedend bekje.

Huilend, met de gewonde Pluis in mijn armen ging ik naar huis, de buurtvriendjes hielden deuren voor me open, en in de keuken stond mijn moeder, met tranen in haar ogen.

‘Ik moet even weg, let je goed op?’ 

En weg was mijn moeder, en toen ze er na korte tijd weer was zei ze: 

‘Straks komt er iemand, die kan Pluis misschien helpen.’ 

Een grote auto waar een grote vrouw uitkwam, met laarzen aan. Ze liep snel naar Pluis, die ik op de bank had gelegd, op een schone handdoek. 

'Niet best.'

Was alles wat ze zei. Ze haalde een vervoersmand uit de auto en vlijde Pluis erin.

'Reken nergens op kind, want Pluisje heeft een gebroken bekken en een gebroken kaak, ik weet niet of het nog in orde komt.'

En weer liep ik dagenlang te zoeken en te huilen, tot ik op een dag uit school de grote auto zag staan.

Ik rende struikelend naar binnen, en zag Pluisje, met verband om haar achterpoot en een gehechte wond in haar bekje.

‘Pluis!!!’

Gilde ik, en huilde zo hard als ik kon van blijdschap.

Ik durfde haar niet te aaien, maar de dierenarts deed voor hoe ik haar over haar kopje kon aaien zonder dat ze daar last van had.

De grote vrouw keek naar mijn moeder.

‘Hiervoor doe ik het nu.’

Ze beende weg, nadat ze uitgelegd had hoe ik Pluisje moest verzorgen, en ik hoorde dat ze aan mijn moeder zei:

‘Nee, u hoeft niets te betalen. De liefde van dat kind is mijn loon.’

Ik denk dat vanuit deze prachtige herinnering mijn liefde voor katten is voortgekomen.

 

Hoe het is afgelopen met Pluis?

Die was gesteriliseerd door die prachtige dierenarts, maar werd evengoed krols, ze ging achter de katers aan over de grote weg en werd weer aan gereden. Dat overleefde ze niet, ze was in één klap dood.

 

Herdenkingshoekje

 

Sita

Op 18 februari 2018 hebben we Sita moeten laten gaan. Onwerkelijk om haar niet meer te horen, niet meer bij de keukenkast te staan zonder dat mijn haren gepakt worden, geen poot meer op mijn arm om een knuffel, en geen kletspraatjes meer waarin ze duidelijk aangaf heel wat te vertellen te hebben. Sita is in bijna een jaar in Dintelkat een icoon geworden. Mede door haar slechte gezondheid, maar vooral door haar aanhankelijke karakter. Ze wisselde telkens van plek, als het maar een plaatsje was dicht bij ons, en katten die dat plaatsje in wilden pikken kregen er onbarmhartig van langs van dit onvergetelijke madammeke.

Net toen we dachten Sita gaat goed zakte ze in elkaar als een leeg lopende ballon. 

End state nierinsufficiëntie is onbarmhartig en altijd dodelijk en een oneerlijke strijd.

We wensen haar baasje heel veel sterkte toe.

Timmie

Op 4 maart 2018 moest ook Timmie het opgeven.

Zijn koppie wil wel, maar zijn lijfje is kapot aldus de dierenarts.

Ze zijn hier nog maar een paar maanden, de mooie Britse Kortharen waarvan Timmie erg ziek bleek te zijn.

Zijn lever zat vol tumoren en zijn nieren werkten bijna niet meer.

Toch heeft deze leuke en vooral erg lieve kater het nog bijna vier maanden volgehouden.

Zolang hij nog at en zich vrij kon bewegen had hij geen pijn, maar toen Timmie vorige week donderdag zijn oortjes scheef hield en misselijk werd, vonden we het tijd om in te grijpen. Hij lag niet meer lekker, en zeker op de enorme bult die aan de buitenkant te zien was, wilde hij niet meer liggen. Timmie werd één brok spanning, dus hij had pijn.

We zijn dankbaar dat we bijna vier maanden voor deze lieverd hebben mogen zorgen, hij at zo graag, en heel veel, met kleine hapjes genoot hij. 

We wensen zijn vroegere eigenaar heel veel sterkte toe.